
21
BEDIENING
Bedieningspaneel
1 Programmakaart
Op deze kaart vindt u richtlijnen voor de in te stellen
droogtijden.
2 Controlelampje
Het lampje gaat branden wanneer de machine in
bedrijf is en gaat uit aan het einde van het
programma.
3 Droogtijdenknop
De tijdklok is in twee sectoren opgedeeld:
Een grijze sector met een normale (hoge)
droogtemperatuur, instelbaar tot 120 minuten. De
normale temperatuur gebruikt u voor katoen en
linnen.
Een groene sector met verlaagde droogtemperatuur,
instelbaar tot 80 minuten. De verlaagde temperatuur
gebruikt u voor synthetica en fijne was.
U mag de knop uitsluitend rechtsom draaien. Heeft
u in de verkeerde sector ingesteld, dan niet
terugdraaien maar weer rechtsom.
De droogtijd hangt af van verschillende factoren:
– centrifugetoerental
– gewenste droogtegraad
– soort wasgoed
– vulgewicht
Afkoelfase
Bij het instellen van korte droogtijden moet u er
rekening mee houden dat de machine de laatste 8
minuten met koude lucht werkt. Daarmee worden
zowel wasgoed als machine afgekoeld.
De programmastand kan voor het luchten van
kledingstukken die u anders enige tijd buiten
gehangen zou hebben, gebruikt worden.
CD 50 R
800/1000
1000/1200
800/1000
1000/1200
5,0 kg
2,5 kg
5,0 kg
2,5 kg
650
650
650
650
2,0 kg
1,5 kg
1,0 kg
0,5 kg
65 - 85
35 - 50
70 - 90
30 - 45
min
min
min
min
75 - 95
55 - 70
80 -100
50 - 65
min
min
min
min
min
min
min
min
30 - 40
25 - 35
20 - 30
20 - 25
123
Komentarze do niniejszej Instrukcji